Tsunami 2005

Wat is een tsunami?
De vernietigende werking van de zware aardbeving bij Sumatra lag niet zozeer in de kracht van de aardschok, maar in de vloedgolven die na de schok ontstonden in zee.

Deze zogenoemde tsunamis kunnen heel krachtig zijn, maar zo krachtig als de tsunamis van zaterdagnacht op 25 december, dat komt niet vaak voor. Ook het hoge aantal slachtoffers is uitzonderlijk.

Vloedgolven worden veroorzaakt door vulkaanuitbarstingen of door aardschokken onder zee, ook wel zeebevingen genoemd. Zeebevingen ontstaan als de platen van de aardkorst plotseling dalen of stijgen. Deze aardplaten zijn voortdurend in beweging, maar normaal gaat dat heel langzaam, met enkele centimeters per jaar.

Maar zaterdagnacht om 02.00 uur schoof de Oceanische Plaat voor de kust van Sumatra met een enorme schok onder de Continentale Plaat. Het gevolg was de zwaarste aardbeving in veertig jaar.

Torenhoog
Over een lengte van duizend kilometer veroorzaakte dat in de Indische Oceaan enorme vloedgolven. Deze tsunamis kunnen een snelheid bereiken van meer dan 800 kilometer.

Als de vloedgolven de ondiepe kustwateren bereiken, neemt hun snelheid snel af. De verzamelde energie stuwt de golven op tot enorme hoogte. Golven die op open zee slechts enkele centimeters meten, kunnen wel dertig tot vijftig meter hoog worden, met alle gevolgen vandien voor de bewoners van kustgebieden.

Er bestaat waarschuwingssysteem dat Tsunami's kan aankondigen. In de Indische Oceaan is dit kostbare systeem - bestaande uit sensoren op de zeebodem en in boeien, die gegevens doorgeven aan satelieten - echter niet genstalleerd. Was dat wel het geval geweest, dan hadden volgens deskundigen duizenden levens kunnen worden gered.

Het woord tsunami komt uit het Japans, en betekent havengolf. De meest dodelijke tsunami dateert voor zover bekend uit 1775. Toen doodde een vloedgolf als gevolg van een zeebeving naar schatting 50.000 tot 100.000 mensen in Lissabon.

Overzicht slachtoffers
De tsunami in Zuid-Azie is een van de ergste natuurrampen in de geschiedenis. In totaal zijn bijna 300.000 mensen om het leven gekomen. Ook het aantal landen dat is getroffen is uniek: in totaal 49.

In Nederland zijn tot dusver 27 doden te betreuren. Zon tien landgenoten worden nog vermist. Van vijf andere vermisten is niet zeker of ze op 26 december in het rampgebied waren.

Hieronder een overzicht van het aantal dodelijke slachtoffers in de overige landen (bijgewerkt tot 24-01-2005).

Land Totaal aantal doden  

Indonesië*

Sri Lanka

India*

Thailand

Myanmar

Maleisië 

Bangladesh

Malediven 

Oost-Afrika**

228.948

38.195

16.389

5.374

59

211

2

82  

74 

Totaal 289.260


Inclusief het aantal vermisten dat volgens de autoriteiten waarschijnlijk is omgekomen.
** Kenia, Seychellen, Somali, Tanzania en Madagascar

Kloof tussen woorden en daden
En van de grootste natuurrampen uit de geschiedenis heeft een van de grootste hulpoperaties ooit op gang gebracht. Er zijn miljarden aan euro's toegezegd, maar komen die ook op de plek van bestemming?

Grootmeester
Tien dagen na de zeebeving in Azi heeft de Verenigde Naties een bedrag aan donaties ontvangen van ruim 3 miljard euro. De volkerenorganisatie haalt normaal gesproken zon 2 miljard euro op jaarbasis binnen.

Australi heeft 577 miljoen euro toegezegd en is daarmee de grootste donor. Duitsland heeft 500 miljoen euro beloofd. Japan staat derde, met een donatie van een half miljard dollar, de VS vierde met 350 miljoen dollar. De Nederlandse regering geeft 240 miljoen euro. Veertig miljoen is voor noodhulp. Daarvan is vijf miljoen op giro 555 gestort door minister Van Ardenne. Tweehonderd miljoen is bestemd voor wederopbouw. Het totale bedrag zal nog veel hoger worden door de inzamelingsacties in met name de getroffen Europese landen. In Nederland was op giro 555 van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) op 12 januari een bedrag van ruim 122 miljoen euro binnen. Ook Zweden, dat zwaar is getroffen, stort veel geld. Daarnaast heeft de president Bush het Amerikaanse volk en bedrijfsleven om vrijgevigheid gevraagd. Hij heeft daarbij zelfs voormalig president Clinton ingezet, die bekendstaat als een grootmeester in fondsenwerving.

Niet optimaal
Aan geld voor hulp dus geen gebrek, zo op het eerste oog. Maar dat wil nog niet zeggen dat de hulpverlening optimaal verloopt. Allereerst moet het geld er nog wel komen. VN-secretaris-generaal Kofi Annan trok al de vergelijking met de aardbeving in het Iraanse Bam van 2003. Toen kwam veel beloofd geld niet binnen.

Datzelfde gold ook voor Afghanistan en donaties na de orkaan Mitch in Midden-Amerika en na overstromingen in Mozambique. Dat delen van het toegezegde geld vaak niet binnenkomen, heeft verschillende oorzaken. Een deel kan bijvoorbeeld gaan naar nieuwe humanitaire doelen. Ook kan het jaren duren voordat de mondelinge beloften van regeringsleiders vertaald worden in concreet beleid. Vertraging kan ook optreden bij de geldontvangers zelf. Veel arme landen hebben niet de organisatorische structuur om veel geld om te zetten. Ook ontbreekt het vaak aan concrete projecten, zegt Georg Frerks, hoogleraar Rampenstudies aan de Universiteit van Wageningen. Bovendien is het beloofde geld vaak niet extra. Regeringen putten vaak uit bestaande budgetten voor humanitaire rampen. In praktijk betaalt het ene arme land dus voor de rampen van het ander land, zegt Paul Hoebink van de universiteit van Nijmegen. Bestaande budgetten

Vaak is het enthousiasme om te geven direct na de ramp groot, maar verslapt de aandacht daarna. Als het nieuwtje eraf is, verliezen ook politici en veel ontwikkelingsorganisaties hun interesse, meent hoogleraar Frerks. Hopelijk kunnen de VN en het Rode Kruis deze keer de aandacht langer vasthouden, dat is nodig om de samenlevingen weer aan de gang te helpen. Daarnaast is het moeilijk in te schatten wat de getroffen landen precies nodig hebben. Er bestaat nog weinig kennis over hoe een regio herstelt van een natuurramp, constateerde de Wereldbank in maart in een rapport vol getrokken lessen uit aardbevingen, overstromingen en orkanen in India, Turkije, Mozambique, Bangladesh en Honduras.

Obstakels
Er zijn meer obstakels die een gestroomlijnde hulpverlening in de door de zeebeving getroffen Aziatische gebieden in de weg staan. Zo zijn hulpverleningsorganisaties als het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen gewend om hulp te verlenen aan n of twee rampgebieden. Het huidige aantal van twaalf getroffen landen maakt de operatie aanzienlijk ingewikkelder. Ook met het enorme aantal slachtoffers bestaat weinig ervaring. Los daarvan heeft elk land zijn specifieke obstakels. Pas op voor corruptie, zo waarschuwden deskundigen het Rode Kruis en de VN als het bijvoorbeeld over de Indonesische provincie Atjeh gaat. In Atjeh speelt daarnaast de bereikbaarheid een grote rol. De zeebeving en de daaropvolgende tsunami was zo verwoestend dat de Indonesische provincie alleen vanuit de lucht is te bereiken. Amerikaanse helikopters hebben de nodige voedselpakketten gedropt, maar dat is tot nu toe volstrekt ontoereikend. Doordat wegen en bruggen in Atjeh grotendeels zijn verwoest, kunnen grotere hoeveelheden goederen niet vervoerd worden. Ze blijven noodgedwongen in distributiecentra liggen.

Sri Lanka
In Sri Lanka speelt een ander probleem, namelijk een politieke kwestie. Het noordoosten, waar de Tamil Tijgers de macht hebben, is zwaar getroffen. Zij beschuldigen de Srilankaanse overheid, waarmee zij al jaren overhoop liggen, ervan hulpgoederen niet door te laten. De Srilankaanse overheid op zijn beurt heeft het, naast de Tamil Tijgers, niet zo op buitenlandse militairen en zegde om die reden hulp van Isral af. Onderdeel van het medische hulpteam waren namelijk zestig soldaten. Een soortgelijk politiek probleem speelt overigens ook in Atjeh. Daar leven rebellen ook al jaren in onmin met de Indonesische overheid.

Bron: NOS


 





© Copyright 2009 Youth United for Sri Lanka | Disclaimer | Sitemap